Wim van Ziel, directeur/eigenaar riz bouw

“Ik ga liever een week bouwen dan op een snoepreisje”

De eerste bouwreis van Wim van Ziel –directeur van Riz Bouw en aandeelhouder van Q-build- weet hij nog goed. “In 2001 was ik een van de 300 deelnemers aan de jubileumreis van bouwgroothandel Stiho naar de Filipijnen. 150 huizen hebben we daar toen gebouwd. Voor die reis had ik nog nooit van Habitat gehoord, maar nog tijdens de bouwweek was ik zo wild enthousiast dat ik al heel snel bedacht dat ik elke twee jaar op bouwreis wilde.” Dat is niet helemaal gelukt. Op 1 oktober van dit jaar heeft Wim zich namelijk ingeschreven voor zijn 12e bouwreis met Habitat Nederland.

Mee met de Habitat Business Club
Sinds 2014 is Wim elk jaar van de partij op de bouwreizen van de Habitat Business Club, waarbij CEO’s en managers van Nederlandse bedrijven samen een week lang aan de slag gaan. Of zoals Wim het zo mooi zegt: “een handen-uit-de-mouwenreis in plaats van een snoepreisje”.
Hij onderschrijft de business-component van de Habitat Business Club. “De sociale contacten die je tijdens een bouwreis met de Habitat Business Club hebt, zijn waardevol en interessant. Net even anders dan wanneer je op een ‘gewone’ bouwreis meegaat. Je deelt toch van alles met elkaar, kunt met elkaar sparren en van elkaar leren. We hebben leuke, genoeglijke en goeie gesprekken over van alles, niet alleen over zaken. Je kunt op een bijzondere manier je netwerk uitbreiden. Eigenlijk beter dan bij een ‘gewone’ netwerkorganisatie want je krijgt veel sneller een band met elkaar als je een week lang samen buffelt in de hitte of in de stromende regen.”

Allemaal ambassadeur worden
Nieuwe business heeft het netwerk Wim nog niet opgeleverd. “Daar moet de club iets groter voor zijn. Eigenlijk zou elk lid ieder jaar iemand mee moeten nemen op bouwreis die dan hopelijk ook lid wordt. Geen collega, maar iemand uit zijn netwerk. Als wij huidige leden allemaal nog meer ambassadeur worden, dan gaat dat vast wel lukken.”

Contact zoeken met skilled workers
Vraag je Wim over zijn ervaringen tijdens de bouwreizen, dan raakt hij bijna niet uitgepraat. Hij heeft intussen een vaste aanpak. “Het eerste dat ik op de bouwplaats doe is contact zoeken met de skilled workers, de lokale bouwvakkers die de bouwreizigers bijstaan. Ik ben aannemer, dus voor mij is dat extra leuk. Weet je wat het is, de taal van een bouwvakker is overal gelijk. Daar geniet ik enorm van. Misschien kunnen we elkaar niet verstaan, we begrijpen elkaar wel. En door op deze manier ergens te zijn, proef je de nieren van een land. Daarom heb ik er ook helemaal geen behoefte aan om na afloop van een bouwreis nog een toeristische trip door het land te maken. Beter dan wat je op bouwreis meemaakt wordt het niet.”

Altijd netjes een terugkoppeling
“Hoe Habitat te werk gaat, spreekt me enorm aan. Geen geld geven, maar lenen. Huiseigenaren moeten zelf meehelpen met de bouw. Ze krijgen zelf verantwoordelijkheid. Daar geloof ik in. Ik heb wel eens discussies met mensen die vinden dat er te veel aan de strijkstok blijft hangen bij Goede Doelen-organisaties. Ik denk dat dit bij Habitat niet zo is. En niks doen helpt zeker niet. De organisatie vertelt ook heel duidelijk wat er met je geld gebeurt als je een donatie doet. Na de aardbeving in Haïti, in 2010, heb ik geld gedoneerd via Habitat. Toen kreeg ik na een tijdje netjes een terugkoppeling: zoveel huizen gebouwd, zoveel mensen geholpen. Dat is heel anders wanneer je je geld aan giro 555 geeft.”

tekst: Gerda van der Meer

No Comments

Post a Comment

×